Heilige Heer, geweldige God,
Wat is het toch fijn om in uw aanwezigheid te zijn, zij het niet fysiek. Ik voel Uw présence, U uitnodigend bij deze muziek.
Tot tranen geroerd richt ik mijn aandacht op U, zie ik Uw leven zich voor mijn geestesoog afspelen, en tegelijkertijd ervaar ik U in het nú.
U heeft me goed gegrepen God, beter laat dan nooit maar hè, zeg ik dan. Geen oplaaiende vuurtje maar écht in vuur en vlam.
Geloven deed ik al, dat kreeg ik ‘God dank’ mee van thuis. Pas afgelopen jaar zag ik het vuur en heb ik U aangenomen als mijn Heer & redder en knielde ik neer voor Ú, hier, aan het kruis.
Een zwaar stuk hout dat U voor mij en de héle wereld heeft moeten en wíllen dragen, ik voel me heel klein Koning Jezus, dat U door die vernederende maar liefdevolle daad, de zonden van álles en iedereen heeft verslagen.
‘Sinners at heart’, ná de zondeval geen weg meer terug van onze zondige natuur Heer, U heeft onze schuld en schaamte op U genomen, zodat we weer tot God Uw Vader konden komen, no matter what, kéér op kéér.
U bent God Heer, groot en goed, liefdevol, rechtschapen, Heilig én trouw. Niemand komt er bij mij meer mee weg dat ‘U en Uw woord’ een sprookjesboek wezen zou.
U heeft me altijd bijgestaan in het leven Heer, zowel in de ups als in de downs, ik heb daarover dan ook géén lastige vragen. Stérker nog, terugkijkend daarop, zie ik dat U me, telkens als het lastig was, mij stééds weer heeft gedragen.
Behoed voor het afwijken van ‘het rechte pad’. Als een goede Herder die met onzichtbare hand weet te leiden zijn schapen, en me uiteindelijk díe richting liet gaan die Híj, de Allerhoogste, voor mij voor ogen had, namelijk de dag dat Hij me heeft geschapen.
Nietig als ik ben. Wie ben ík om níet Uw pad, Uw purpose en bestemming voor mijn leven te willen volgen Heer… Dankbaar dat U mij opnieuw het leven heeft ingeblazen. Ik vertrouw enkel op Ú, goede Vader, en leg mijn fysieke ‘reis’ híer dan ook gráág in Uw handen neer.
Alleen Ú, lieve hemelse Vader, mag zoals U mij heeft bedoelt, mij naar Úw hand zetten, mij vormen en kneden. Op die manier hoop ik in Uw voetsporen te mogen wandelen, en als mijn leven hier óóit voorbij is, Uw Koninkrijk te mogen betreden.
Dat ik dan in uw prachtige liefhebbende ogen mag kijken en Uw oneindige warme deken van liefde en eeuwig geluk van nóg dichterbij mag ervaren.
Voorlopig wil ik Ú God, hier in het aardse nog bekoren en bedienen. Wil ik nog mooie dingen doen voor U en Uw Koninkrijk, al weet ik dat ik het Eeuwige leven daarmee niet meer hoef te verdienen.
Dát God, dát is het ‘wonder van het kruis’. Door het sturen van Uw enige geboren zoon Jezus Christus, die voor míj en íedereen gestorven én weer opgestaan is, voel ik me híer nu thuis. En door U aangenomen te hebben als zoon van God, mijn Redder in nood, ben ik met mijn waterdoop met het Heilige vuur, tegelijkertijd óók opgestaan uit de ‘dood’.
Gewassen en vergeven van al mijn daden en zondige natuur, heeft Hij me eindelijk het licht laten zien en is Zijn naam voor mij allesbehalve censuur. Prijzen en roemen zal ik God, Jezus én de Heilige Geest. Dat innerlijk verlangen om over Hem te (s) preken is sinds mijn bekering nog nóóit zo sterk geweest.
Híj, die een gevoelige snaar bij mij heeft aangeraakt….
Het podium is dan ook níet meer van mij maar voor Hém. Heer, gebruik mij vooral als Úw instrument, want íedereen moet van U horen. Laat daarom Uw liefde maar doorklinken in mijn stem.
A-MÉN!